De Monastieke Weg

Wie zich aangetrokken en geroepen voelt tot een contemplatief leven binnen een gemeenschap van zusters, zal eerst een tijd meeleven vooraleer zich echt te engageren. 

Met de intrede vangt de vormingstijd aan die minstens zes jaar duurt. Het is een periode van ingroeien en onderscheiden, die kan uitmonden op een levenslang engagement.

De eerste periode is het postulaat.

Na enkele maanden gaat dit over in het noviciaat waarbij de novice het kloosterhabijt ontvangt.
Het is een tijd van inleven en verder ingroeien in de gemeenschap.
Tijdens deze eerste jaren wordt veel tijd uitgetrokken voor vorming en studie, waardoor je meer thuiskomt in het liturgische leven, het koorgebed, de Heilige Schrift en de spirituele rijkdom die vervat ligt in geschriften van geestelijke schrijvers uit de eigen monastieke traditie - in het bijzonder de
Regel van Sint-Benedictus.

Na zowat twee jaar volgt de tijdelijke professie, waarna de vorming verder gezet en verdiept wordt.

De plechtige kloostergeloften (stabiliteit, gehoorzaamheid en monastieke levenswijze) drukken een blijvende verbintenis uit, waarbij de geroepene zich geheel en al in Gods handen geeft om deze levensweg verder te gaan. Dit echter binnen een concrete gemeenschap van mensen en in het hart met heel de mensheid verbonden.

 

Zie ook: Meeleefdagen

Terug