Hoe kun je een roeping omschrijven ?
Een diepe intuïtie in de kern van je wezen…
een verlangen dat niet van/uit jezelf komt…
een aantrekking tegen alle logica in…
een weerbarstige stem die niet aflaat…

We laten enkele zusters aan het woord …

“Ik kwam hier net voor Kerst voor de eerste keer en van zodra ik door de lange gangen liep, wist ik diep in mezelf : dit is het ! Hier wil ik wonen ! Hier wil ik de rest van mijn leven doorbrengen, dichtbij God.

Kaarsje ik zal er zijn - roepingDe meeleefdagen boden me de gelegenheid hier een kijkje te komen nemen zonder dat ik mijn verhaal moest vertellen. Het waren goeie dagen en ik genoot ervan maar er gebeurde niets bijzonder in mij. Toen ik echter terug thuis was, in mijn gewone milieu, leek alles daar plotseling een vreemde schijn te krijgen en dacht ik voortdurend aan de zusters en hun leven in de abdij : nu zitten ze in de kerk, nu gaan ze aan het werk… Na enkele weken heb ik opnieuw contact opgenomen en ben ik teruggegaan voor een kort verblijf in het gastenhuis. En gaandeweg kon ik de roep van God in mijn hart herkennen en toelaten, en na twee jaar de stap zetten om in te treden.

Blad dauwdruppels
Voor mij was niets duidelijk, behalve dat er een mistige stem in mijn diepste innerlijk telkens trok naar Brecht. Maar dat was werkelijk niets voor mij, daarvoor was ik veel te actief, wilde ik mij inzetten voor mensen, bij hen zijn. Ik bleef zoeken wat mijn weg was en maakte kennis met veel alternatieven maar na een tijdje kwam die stem altijd terug : “Brecht”. Tot ik na zes jaar zoeken gecapituleerd ben en zei : “Het is goed, God, ik ga naar Brecht. Maar zorg jij dan dat ik daar gelukkig ben.” En Hij heeft woord gehouden !

Ook op zoek, kom met ons meeleven

R O E P I N G

“De schrijver wendt zich tot het schrijven
omdat hij in de woorden een kracht voelt die van heel ver komt,
van een diepe laag uit de geschiedenis en de menselijke prehistorie.
Omdat de woorden hem verbinden
met de meest oorspronkelijke vertes van zijn persoonlijke geologie.

En nog verder…
schrijven doet je duiken, de wereld van het oppervlak verlaten.
Schrijven is graven in je verleden en het is gravend in het verleden
dat je de weg naar je toekomst opent.

In elk leven is er een moment van licht dat zo intens is dat het,
zelfs als het onmiddellijk ingehaald wordt door de schaduw,
een oergebeuren vormt, onzegbaar,
dat je een leven lang probeert te verwoorden.

Het gaat er niet om dat licht te begrijpen of te verklaren,
want in de dieptes waarin we ons wagen is alles hoogst onverklaarbaar.
Het gaat er alleen om verder te leven,
Verlicht door dit licht, in het leven geroepen door het geheugen,
licht dat van elders komt en waardoor je voelt
dat het leven in zich een overvloedige, een onuitputtelijke schat bergt.”

Bauchau, geciteerd in Ouaknin, God en de kunst van het vissen, p. 51-52

De monastieke weg